Versiedatum: 29 augustus 2006
Wat is tuberculose?
Tuberculose is een besmettelijke infectie door een bacterie, de tuberkelbacil. Meestal is er sprake van een infectie van de long, maar ook andere delen van het lichaam zoals de botten of de nieren, kunnen geïnfecteerd raken.
Mensen met longtuberculose kunnen anderen besmetten doordat bij het hoesten en praten bacteriën in de lucht komen. Inademing van die lucht leidt tot besmetting. U kunt niet besmet raken door voedsel of huishoudelijke voorwerpen.
Slechts 10% van de besmette mensen wordt ziek: normaal gesproken maakt het lichaam voldoende afweerstoffen tegen de bacterie. Bij een verminderde weerstand (bijvoorbeeld door een andere ziekte) kunt u wel klachten krijgen. Het kan na een besmetting jaren duren voordat er klachten ontstaan.
In Nederland komt tuberculose tegenwoordig niet vaak meer voor.
Hoe kunt u tuberculose herkennen?
U heeft last van moeheid, veel zweten en afvallen. Vaak heeft u verhoging. Als de infectie in de longen zit, moet u vaak hoesten, waarbij u soms bloed ophoest. Ook kunt u kortademig zijn. De aandoening is vast te stellen door een huidtest (Mantouxprik) of door het maken van een röntgenfoto van de longen.
Wat kunt u zelf doen bij tuberculose?
Als u denkt dat uw klachten passen bij tuberculose, neem dan contact op met uw huisarts.
Het is belangrijk om de mensen op te sporen die u misschien heeft besmet, om te voorkomen dat zij en anderen ziek worden.
Welke geneesmiddelen kunnen worden gebruikt bij tuberculose?
Vaccin
Indien u langer dan 3 maanden in een tuberculosegebied zal verblijven of voor kinderen (jonger dan 12 jaar) waarvan ten minste 1 ouder afkomstig is uit een land waar tuberculose voorkomt, is een TBC vaccin beschikbaar. Het vaccin bevat een kleine hoeveelheid van de verzwakte bacterie Bacillus Calmette-Guérin. Deze bacterie lijkt op de tuberkelbacterie. Na inspuiten van het vaccin maakt het lichaam afweerstoffen aan. Wanneer u vervolgens in contact komt met de tuberculose bacterie dan wordt deze bestreden door de afweerstoffen. Besmetting met de bacterie wordt niet helemaal voorkomen, maar de kans op besmetting neemt wel sterk af.
Voorbeelden: BCG-vaccin.
Tuberculose antibiotica
De werking van deze antibiotica is het doden of het remmen van de groei van de tuberculose bacterie. Deze middelen worden gegeven voor de behandeling van geconstateerde tuberculose of om te voorkomen dat tuberculose ontstaat. Dit laatste komt voor bij patiënten die het virus wel met zich meedragen maar nog geen klachten hebben.
Voorbeelden zijn ethambutol, isonazide, pyrazinamide, rifampicine, linezolid.

