Versiedatum: 29 augustus 2006
Wat is trombose?
Een wondje stopt met bloeden omdat er een korstje op komt: het bloed stolt bij een beschadiging van een bloedvat. Soms is dit stollingsproces overactief. Er kan dan een bloedprop ontstaan die een bloedvat geheel of gedeeltelijk afsluit. Als dit in het been gebeurt dan noemen we dit een trombosebeen.
Trombose kan ook in de hersenen (beroerte, TIA) of in het hart (hartinfarct) ontstaan.
Roken, overgewicht en inactiviteit vergroten de kans op trombose. Maar ook beschadigingen van bloedvaten kunnen trombose veroorzaken. Verder verhoogt het gebruik van de anticonceptiepil in combinatie met roken de kans op trombose. Ten slotte bestaan er erfelijke aandoeningen, waarbij het lichaam te weinig antistolling-stoffen maakt.
Hoe kunt u een trombosebeen herkennen?
U heeft last van een pijnlijk, stijf, gezwollen, warm en rood (onder-)been.
Wat kunt u zelf doen bij een trombosebeen?
Bij klachten die lijken op trombose dient u contact op te nemen met uw huisarts. Die kan eventueel verder onderzoek doen en een behandeling instellen.
U kunt de kans op een trombosebeen verkleinen door:
- Voldoende te bewegen, vooral tijdens een lange (vlieg-)reis;
- Niet te roken;
- Bij overgewicht proberen af te vallen.
Welke geneesmiddelen kunnen worden gebruikt bij trombose?
Antistollingsmiddelen
Zij remmen de vorming van bloedpropjes af en verminderen zo de kans op afsluiting van een bloedvat. Hierdoor wordt de kans op het krijgen van hart- en vaatproblemen verkleind.
Voorbeelden: acenocoumarol en fenprocoumon
Salicylaten
Salicylaten hebben remmende werking op het samenklonteren van de bloedplaatjes en verminderen zo de kans op afsluiting van een bloedvat. Hierdoor wordt de kans op het krijgen van hart- en vaatproblemen verkleind.
Voorbeelden: acetylsalicylzuur en carbasalaatcalcium.
Dipyridamol
Dipyridamol remt de samenklontering van de bloedplaatjes en vermindert zo het ontstaan van bloedpropjes in de bloedvaten. Hierdoor wordt de kans op hart- en vaatproblemen verkleind. Meestal wordt dipyridamol samen met één van bovengenoemde medicijnen, die ook de bloedstolling remmen, gebruikt.

