Parkinson, ziekte van

E-mail Print

Parkinson, ziekte van

Versiedatum: 29 augustus 2006

Wat is de ziekte van Parkinson?

De ziekte van Parkinson is een aandoening die zich kenmerkt door een slechte aansturing van de spieren. Dit wordt veroorzaakt door een tekort aan dopamine in de hersenen. Dit tekort ontstaat door het verlies van hersencellen. De oorzaak hiervan is onbekend.

Dopamine is een ‘neurotransmitter’. Dat is een stof die nodig is om de signalen van de ene hersencel door te geven naar de andere. Iedereen heeft dopamine in de hersenen.

De ziekte van Parkinson begint meestal tussen 50 en 60 jaar. Over het algemeen worden de verschijnselen geleidelijk erger en kan de ziekte leiden tot invaliditeit. Sommige patiënten hebben uiteindelijk een rolstoel nodig.

Hoe kunt u de ziekte van Parkinson herkennen?

U heeft last van beven (vooral in rust), stijve, soms pijnlijke spieren, en een ‘starre’ (maskerachtige) gezichtsuitdrukking. U heeft moeite met op gang komen en stoppen. U beweegt traag en loopt voorovergebogen met schuifelende pasjes. Uw evenwicht is slechter waardoor u kunt vallen. De klachten kunnen sterk wisselen in ernst.

Bij de ziekte van Parkinson heeft u een grotere kans depressief te worden.

Wat kunt u zelf doen aan de ziekte van Parkinson?

  • Regelmatig bewegen en oefenen zorgt voor minder klachten en meer zelfstandigheid in het dagelijks leven.
  • Een stok of rollator kan helpen om niet te vallen.

 

Welke geneesmiddelen kunnen worden gebruikt bij de ziekte van Parkinson?

Levodopa met enzymremmer

Levodopa is het sterkst werkzame geneesmiddel bij de ziekte van Parkinson. Levodopa wordt omgezet in dopamine en vult zo het tekort aan dopamine in de hersenen aan. Het middel zorgt er voor dat u zich minder stijf voelt en zich beter kunt bewegen. Enzymremmers worden toegevoegd om te voorkomen dat levodopa al in de maag en het bloed wordt omgezet in dopamine, zo komt er meer levodopa terecht in de hersenen.

Voorbeelden enzymremmers: benserazide, carbidopa, entacapone, tolcapon

Apomorfine

Apomorfine verbetert de werking van levodopa, het middel dat het meest wordt gebruikt bij de ziekte van Parkinson. De arts zal apomorfine voorschrijven als levodopa of andere middelen niet meer voldoende werken of als er sprake is van perioden waarin men zich niet kan bewegen (“off” perioden).

Dopamine-agonisten

De dopamine-agonisten werken als dopamine, waar een tekort aan is in de hersenen. Symptomen als het niet kunnen bewegen en stijfheid nemen hierdoor af. Deze middelen worden toegepast in het beginstadium van de ziekte en als aanvullende therapie bij levodopa, wanneer het effect van levodopa onvoorspelbaar is of uitblijft (on/off fluctuaties).

Voorbeelden zijn: bromocriptine, pergolide, pramipexol, ropinirol

MAO-B remmers

Monoamineoxidase-B (MAO-B) remmen de afbraak van dopamine in de hersenen. Hierdoor wordt de hoeveelheid dopamine in de hersenen verhoogd en nemen de Parkinson symptomen af.

Voorbeelden: selegilline, rasagilline

Amantadine

Hoe amantadine werkt bij de ziekte van Parkinson is nog niet helemaal duidelijk. Wel is bekend dat het dopamine-achtige eigenschappen heeft. Het effect is voornamelijk te zien in een afname van de stijfheid en het beter kunnen bewegen.

Parasympaticolytica

Deze middelen verminderen de activiteit van zenuwen, onder andere zenuwen die verantwoordelijk zijn voor de aansturing van spieren. Hierdoor vermindert de overmatige spierspanning en zullen trillen, beven en stijfheid afnemen.

Voorbeelden: biperideen, dexetimide, orfenadrine, trihexyfenidyl