Versiedatum: april 2007
Wat is de ziekte van Lyme?
Teken zijn 0,5-5 mm grote, spinachtige insecten. De kleur varieert van grijs tot donkerbruin en zwart. Vaak ziet u alleen het achterlijf dat als een zakje aan de huid zit. Teken leven in struiken en hoog gras, in parken, tuinen en bossen. De teek bijt zich, meestal pijnloos, vast in de huid van passerende mensen of dieren, voedt zich met bloed en laat na enige dagen vanzelf los. De meeste teken zijn niet besmet met de Lyme-bacterie.
Hoe kunt u de ziekte van Lyme herkennen?
Op de plaats van een tekenbeet ontstaat altijd een rood vlekje, dat binnen twee weken verdwijnt. Dat is normaal. Als u besmet bent, ontstaat binnen enkele weken rond de plaats van de beet een rode vlek die langzaam groter wordt (groter dan 5 cm). Deze verbleekt vanuit het midden en verdwijnt uiteindelijk vanzelf. U kunt zich hierbij wat grieperig voelen. Enkele maanden tot zelfs jaren na de beet, kunt u last krijgen van pijn, krachtsverlies of tintelingen in arm, been of romp, pijn in het gezicht, dubbelzien, een oogontsteking, hartkloppingen, gewrichtsklachten en huidaandoeningen.
Wat kunt u zelf doen bij de ziekte van Lyme?
- Vermijd hoog gras en struiken; draag in de natuur liefst goed sluitende kleding.
- Controleer na verblijf in de natuur de huid op teken.
- Verwijder een teek zo snel mogelijk, dan is er minder kans op besmetting. Desinfecteer de teek niet vooraf. Pak de teek met een spits pincet vast, zo dicht mogelijk op uw huid. Knijp het lijf van de teek niet samen. Trek de teek voorzichtig uit de huid. Het snuitje van de teek mag blijven zitten; dat verdwijnt vanzelf. Desinfecteer het wondje met alcohol of jodium. Noteer de datum en plek van de tekenbeet in uw agenda.
- Blijf enkele weken na een tekenbeet alert op het ontstaan van een grote rode vlek rond de plaats van de beet. Neem in dat geval contact op met uw huisarts.
Klik hier voor meer informatie in de Patiëntenbrieven van het Nederlands Huisartsen Genootschap over:
Welke geneesmiddelen kunnen worden gebruikt bij Lymeziekte?
Tetracycline-antibiotica
Tetracycline-antibiotica zijn middelen die de groei van vele soorten bacteriën remmen. Ze remmen de eiwitaanmaak van de bacterie. Een bacterie die geen eiwit kan aanmaken kan zich niet meer vermenigvuldigen en sterft af. Wanneer een teek kans heeft gezien u via een beet te besmetten met een geïnfecteerde bacterie, moet u behandeld worden met een antibioticum.
Voorbeeld: doxycycline.
Penicilline-antibiotica
Penicilline-antibiotica doden vele soorten bacteriën en hebben een goede opname in het lichaam. Ze blokkeren een eiwit dat een belangrijke rol speelt bij de bacteriegroei waardoor de bacterie afsterft. Wanneer een teek kans heeft gezien u via een beet te besmetten met een geïnfecteerde bacterie, moet u behandeld worden met een antibioticum.
Voorbeelden: amoxicilline, amoxicilline in combinatie met clavulaanzuur.
Macrolide antibiotica
Macrolide antibiotica zijn middelen die de groei van vele soorten bacteriën remmen. Ze grijpen in op de eiwit-aanmaak binnen de bacterie. Een bacterie kan zonder eiwitten niet verder groeien. Hierdoor sterft de bacterie. Macrolide antibiotica worden vooral gebruikt tegen bacteriën die ongevoelig zijn voor andere antibiotica , tegen infecties op plaatsen waar andere antibiotica niet goed doordringen en bij mensen die overgevoelig zijn voor penicillinen. Wanneer een teek kans heeft gezien u via een beet te besmetten met een geïnfecteerde bacterie, moet u behandeld worden met een antibioticum.
Voorbeelden: erytromycine.
Cefalosporine-antibiotica
Cefalosporine-antibiotica doden vele soorten bacteriën. Ze blokkeren een eiwit dat een belangrijke rol speelt bij de bacteriegroei, waardoor de bacterie afsterft. Wanneer een teek kans heeft gezien u via een beet te besmetten met een geïnfecteerde bacterie, moet u behandeld worden met een antibioticum. Voorbeelden: cefuroxim.

