Versiedatum: 29 augustus 2006
Wat is een infectie met bacteriën?
Bacteriën zijn hele kleine 'beestjes', niet zichtbaar voor het blote oog. Bacteriën zitten eigenlijk overal. Op en in ons lichaam leven miljoenen bacteriën. Ze zitten op onze huid en in onze mond, keel en darmen. Bacteriën hebben een functie in onze afweer tegen virussen, schimmels, en andere bacteriën.
Als een voor het lichaam onbekende bacterie binnendringt, kan dit een infectie veroorzaken. Infecties door bacteriën kunnen ernstiger verlopen dan infecties door virussen, maar de meeste infecties door bacteriën gaan vanzelf over.
Bacteriën kunnen vele soorten infecties veroorzaken: blaasontsteking, keelpijn, longontsteking, hersenvliesontsteking en middenoorontsteking zijn enkele voorbeelden.
Hoe kan ik een infectie met bacteriën herkennen?
Iedereen kan wel een infectie herkennen. Vaak zijn er algemene klachten als koorts, slap voelen en misselijkheid. Een infectie met bacteriën is echter niet altijd gemakkelijk te onderscheiden van infecties door virussen.
Wat kunt u zelf doen bij een infectie met bacteriën?
Zorg ervoor dat u voldoende drinkt. Vaak is het niet nodig in bed te blijven, doe wel rustig aan. Als u zich heel erg ziek voelt, of als de koorts langer aanhoudt dan vijf dagen, neem dan contact op met uw huisarts.
Welke geneesmiddelen kunnen worden gebruikt bij infecties met bacteriën?
Antibacteriële middelen
Antibacteriële middelen worden ook wel antibiotica genoemd en hebben een groeiremmende of dodende werking op bacteriën. Er zijn verschillende soorten antibiotica. De keuze van een geneesmiddel bij een infectie met bacteriën is afhankelijk van meerdere factoren. Ten eerste is van belang of men weet om welke bacterie het gaat en voor welke antibiotica deze bacterie gevoelig is. Ten tweede moet het geneesmiddel de plaats van de infectie voldoende bereiken om z'n werking uit te kunnen voeren. Ook de ernst van de infectie, de manier van toedienen en de mogelijke resistentie (ongevoeligheid) van de bacterie voor bepaalde antibiotica zijn van belang
Antibacteriële middelen worden onderverdeeld in:
Chinolon-antibiotica
Chinolon-antibiotica zijn middelen die de groei van vele soorten bacteriën remmen. Ze blokkeren een eiwit dat een belangrijke rol speelt bij de bacteriegroei. Hierdoor kan de bacterie zich niet meer vermenigvuldigen en sterft af.
Voorbeelden: ciprofloxacine, levofloxacine, norfloxacine, ofloxacine en pipemidinezuur.
Macrolide antibiotica
Macrolide antibiotica zijn middelen die de groei van vele soorten bacteriën remmen. Ze grijpen in op de eiwit-aanmaak binnen de bacterie. Een bacterie kan zonder eiwitten niet verder groeien. Hierdoor sterft de bacterie. Macrolide antibiotica worden vooral gebruikt tegen bacteriën die ongevoelig zijn voor andere antibiotica of tegen infecties op plaatsen waar andere antibiotica niet goed doordringen en bij mensen die overgevoelig zijn voor penicillinen.
Voorbeelden: azitromycine, claritromycine, erytromycine, roxitromycine en spiramycine
Penicilline-antibiotica
Penicilline-antibiotica doden vele soorten bacteriën en hebben een goede opname in het lichaam. Ze blokkeren een eiwit dat een belangrijke rol speelt bij de bacteriegroei waardoor de bacterie afsterft. Een aantal penicilline-antibiotica heeft een specifieke werking tegen bepaalde soorten ziekteverwekkers.
Voorbeelden: amoxicilline, feneticilline, fenoxymethylpenicilline en flucloxacilline.
Bij sommige patiënten wordt de amoxicilline afgebroken door bacteriën zodat het zijn werking niet meer kan doen. Clavulaanzuur gaat dit tegen en verbetert zo het effect van amoxicilline.
Voorbeeld: amoxicilline in combinatie met clavulaanzuur.
Tetracycline-antibiotica
Tetracycline-antibiotica zijn middelen die de groei van vele soorten bacteriën remmen. Ze remmen de eiwitaanmaak van de bacterie. Een bacterie die geen eiwit kan aanmaken kan zich niet meer vermenigvuldigen en sterft af.
Voorbeelden: doxycycline, minocylcine en tetracycline.
Antibiotica van het sulfonamide-type
Antibiotica van het sulfonamide-type zijn middelen die vele soorten bacteriën doden. Ze dringen door in de bacterie en verhinderen de aanmaak van een stof die essentieel is voor de bacterie. Hierdoor sterft de bacterie.
Voorbeeld: sulfamethoxazol in combinatie met trimethoprim.
Trimethoprim
Trimethoprim doodt vele soorten bacteriën. Het dringt door in de bacterie en verhindert de aanmaak van een voor de bacterie essentiële stof.
Fusidinezuur
Fusidinezuur remt de groei van vele soorten bacteriën. Het belemmert bij de bacteriën de aanmaak van eiwitten. Zonder eiwitten kunnen bacteriën niet verder groeien. Het lichaam krijgt hierdoor de tijd om de bacteriën op te ruimen. Sommige bacterie-soorten sterven zelfs af.
Clindamycine
Clindamycine is een antibioticum dat de groei van vele soorten bacteriën remt. Het grijpt in op de eiwit-aanmaak binnen de bacterie. Een bacterie kan zonder eiwitten niet verder groeien. Hierdoor sterft de bacterie. Clindamycine wordt vooral gebruikt tegen bacteriën die ongevoelig zijn voor andere antibiotica en bij mensen die overgevoelig zijn voor penicillinen.
Metronidazol
Metronidazol doodt bepaalde bacteriën. Vanwege de werking tegen deze ziekteverwekkers wordt metronidazol gebruikt bij infecties van bijvoorbeeld de geslachtsorganen, darmen, huid en kaakholte.
Vaccins
Vaccineren beschermt tegen infectieziekten. Het lichaam reageert op de vaccinatie met het maken van antistoffen. Hierdoor kan het lichaam snel reageren als het in aanraking komt met de ziekteverwekker en kan de ziekte worden voorkomen.

