HIV en aids

E-mail Print


Versiedatum: 15 november 2005

Wat is HIV/AIDS?

HIV is een virus. Bij geïnfecteerde personen komt het virus in het hele lichaam voor, maar het virus kan alleen worden overgedragen via bloed, sperma, vaginavocht en moedermelk.

Het virus tast de witte bloedcellen aan die een rol spelen bij het afweersysteem. De witte bloedcellen die zijn besmet functioneren slechter of sterven af. Daarom wordt de afweer geleidelijk minder als het virus zich gaat vermenigvuldigen.

Een HIV-infectie kan 8 tot 11 jaar na besmetting klachten geven. Tot die tijd zijn er geen klachten, men is dan ‘seropositief’. Dit betekent dat het virus in het bloed aantoonbaar is zonder dat u klachten heeft. Na deze periode kunnen er lymfeklierzwellingen ontstaan, en moeheid, koorts en gewichtsverlies. Later kunnen er infecties ontstaan die bij gezonde mensen niet voorkomen. Dit komt doordat de afweer is verminderd. In dat stadium wordt de diagnose aids gesteld. Nog later (in het eindstadium) kunnen er tumoren en vormen van kanker ontstaan. AIDS is een dodelijke ziekte.

Risicogroepen voor HIV-infecties en aids zijn mensen met veel wisselende seksuele contacten en druggebruikers die drugs injecteren. Vooral in Afrika komt HIV veel voor.

Er is nog geen genezend medicijn tegen aids. Wel kan het HIV-virus met medicijnen worden afgeremd waardoor patiënten langer kunnen leven zonder veel klachten.

Wat kunt u zelf doen aan HIV?

Als u onveilig heeft gevreeën met een HIV-positieve persoon, is het raadzaam u te laten testen. Pas na drie maanden kan definitief aangetoond worden of u wel of niet besmet bent.

Door altijd veilig te vrijen voorkomt u een infectie.

  • Gebruik een condoom wanneer de penis in aanraking komt met de vagina of anus.
  • Gebruik een condoom of beflapje wanneer u elkaar met de mond bevredigt.
  • Knuffelen, strelen, (tong)zoenen en uzelf of elkaar met de hand bevredigen zijn veilig.

 

Welke geneesmiddelen kunnen worden gebruikt bij HIV en aids?

Antivirale middelen

Antivirale middelen remmen de vermeerdering van het HIV-virus. Ze kunnen het virus niet volledig laten verdwijnen. Wel kunnen ze de hoeveelheid virus in het bloed (‘viral load') drastisch verlagen, waardoor het aantal witte bloedcellen toeneemt en de afweer weer op peil komt. Omdat het virus snel geneigd is ongevoelig (resistent) te worden, kan het alleen in combinatie met andere anti-HIV-middelen worden toegepast. Gebruikelijk is om daarvoor een combinatie van minimaal drie middelen te kiezen. Mocht deze combinatie onvoldoende effectief worden, dan kan men overschakelen op een combinatie van drie niet eerder gebruikte middelen, waarvoor het virus nog wel gevoelig is.

Medicinale cannabis

Bij de behandeling van HIV met geneesmiddelen treden vaak bijwerkingen, zoals misselijkheid en braken op. Cannabis kan worden gebruikt om deze bijwerkingen te verminderen. Bij mensen met de ziekte aids kan cannabis worden gebruikt tegen pijn, misselijkheid, verminderde eetlust, vermagering en verzwakking. De werkzaamheid van cannabis is pas in beperkte mate onderzocht. Cannabis zal daarom pas worden voorgeschreven als reguliere behandelingsmethoden onvoldoende werken of wanneer er teveel bijwerkingen optreden.

Het wordt speciaal geteeld voor levering via de apotheek zodat een constante kwaliteit wordt geleverd. Het bevat verschillende werkzame stoffen, waaronder dronabinol en cannabidiol. Cannabis wordt geleverd in verschillende variëteiten, waarin verschillende gehaltes aan werkzame stoffen zitten. Het is op recept verkrijgbaar in de apotheek.

Dronabinol, één van de werkzame bestanddelen van cannabis, is apart verkrijgbaar in capsules. Het kan alleen met een speciale artsenverklaring in de apotheek besteld worden.