Versiedatum: 15 november 2005
Wat is epilepsie?
Epilepsie (vallende ziekte) is een aandoening van de hersenen, waarbij er een soort kortsluiting in de hersenen ontstaat. Dit gebeurt in aanvallen. De hersenen zijn dan even ontregeld, met bijvoorbeeld spiertrekkingen of bewusteloosheid als gevolg. Een epilepsieaanval ziet er vaak indrukwekkend en beangstigend uit, maar duurt meestal niet langer dan een paar minuten.
Epilepsie kan verschillende oorzaken hebben, bijvoorbeeld door problemen bij de geboorte, een hersenvliesontsteking, een ongeval, een beroerte en zelden door een hersentumor. Meestal is de oorzaak echter onbekend en is er sprake van aanleg. De ziekte kan op elke leeftijd ontstaan maar begint meestal op de kinderleeftijd.
Epilepsie veroorzaakt geen blijvende schade aan de hersenen.
Hoe kunt u epilepsie herkennen?
Er zijn twee soorten aanvallen:
- Partiële aanvallen: zo genoemd omdat ze in een bepaald deel (part) van de hersenen beginnen. Dit zijn meestal lichte aanvallen, waarbij u niet buiten bewustzijn raakt. Voorbeelden van mogelijke verschijnselen zijn:
- tintelingen in een arm;
- geluiden horen of bepaalde dingen ruiken die er niet zijn;
- herhaaldelijk smakken;
- schuiven of friemelen.
- Gegeneraliseerde aanvallen: hierbij doen alle delen van de hersenen mee. Er treedt bewusteloosheid op. Gegeneraliseerde aanvallen worden onderverdeeld in verschillende vormen. De meest voorkomende zijn:
- Absences. Dit zijn aanvallen waarbij u enkele seconden buiten bewustzijn raakt. Vaak lijkt het of u zit te dagdromen. Soms draaien de ogen weg. Absences komen vooral bij kinderen voor.
- Myoclonische aanvallen. De spieren in de armen en/of benen trekken hierbij plotseling samen. U raakt even bewusteloos. Soms is er maar één schok, soms een hele serie.
- Tonisch-clonische aanvallen ('grote' aanvallen). Hierbij verkrampen eerst alle spieren en raakt u buiten bewustzijn. Daarna treden gedurende 1 à 2 minuten spiertrekkingen op. Hierna verslappen alle spieren en is er vaak een rochelende ademhaling en verlies van urine. Vaak bent u hierna erg moe.
Wat kunt u zelf doen bij epilepsie?
Sommige omstandigheden kunnen een epileptische aanval uitlokken, bijvoorbeeld overmatig alcoholgebruik, onvoldoende nachtrust of lichtflitsen. Houd hier rekening mee.
Het is belangrijk uw omgeving te informeren over uw ziekte en wat er kan gebeuren. Epilepsie kan invloed hebben op veel dagelijkse bezigheden, zoals autorijden, zwemmen, sporten en op vakantie gaan. Praat hierover met uw arts.
Welke geneesmiddelen kunnen worden gebruikt bij epilepsie?
Anti-epileptica
Middelen tegen epilepsie worden ook wel anti-epileptica genoemd. Ze beïnvloeden de informatieoverdracht via zenuwen in de hersenen die epileptische aanvallen kunnen oproepen. Hierdoor treden epilepsieaanvallen minder vaak op en zijn ze minder heftig. De behandeling start met een lage dosering en wordt dan geleidelijk verhoogd, tot het gewenste effect is bereikt. De middelen worden chronisch gebruikt om epileptische aanvallen te voorkomen.
Voorbeelden: carbamazepine, fenytoïne en vaproïnezuur.
Fenytoine injectie wordt ook gebruikt tijdens een langer dan 10 minuten durende epileptische aanval om deze snel te stoppen.
Benzodiazepinen
Benzodiazepinen beïnvloeden prikkels in de hersenen die epileptische aanvallen kunnen oproepen. Ze worden daarom gebruikt om epileptische aanvallen te voorkomen.
Voorbeelden: clobazam, clonazepam, diazepam en nitrazepam.
Diazepam, injectie, zetpil of klysma, wordt ook gebruikt tijdens een langer dan 10 minuten durende epileptische aanval om deze snel te stoppen.
Nitrazepam wordt alleen gebruikt bij enkele specifieke soorten epilepsie: syndroom van West en syndroom van Lennox-Gastaut.
Acetazolamide
Acetazolamide blijkt bij sommige vormen van epilepsie de spierkrampen te kunnen voorkomen. Het wordt gebruikt als andere geneesmiddelen tegen epilepsie niet of onvoldoende werken.

