Diabetes mellitus

E-mail Print


Versiedatum: 15 november 2005

Wat is diabetes mellitus?

Bij diabetes mellitus is de hoeveelheid suiker in het bloed te hoog. Daarom spreekt men ook wel van 'suiker' of suikerziekte. Suiker (glucose) komt uit de koolhydraten in onze voeding. Koolhydraten zitten bijvoorbeeld in brood, aardappelen en rijst en in zoete producten zoals jam, limonade, koek en gebak.

Diabetes ontstaat door een tekort aan insuline, of doordat uw lichaam minder gevoelig is voor insuline. Insuline is een hormoon dat gemaakt wordt in de alvleesklier en dat ervoor zorgt dat de lichaamscellen suiker uit het bloed opnemen.

Er zijn twee vormen van diabetes mellitus:

  • bij type 1 diabetes maakt de alvleesklier nauwelijks insuline. Deze vorm komt vanaf de kinderleeftijd voor.
  • bij type 2 diabetes maakt de alvleesklier te weinig insuline en/of zijn de lichaamscellen minder gevoelig geworden voor insuline. Deze vorm komt voor vanaf het veertigste jaar en wordt ook ouderdomsdiabetes genoemd.

 

Vooral bij type 2 diabetes speelt erfelijkheid een rol.

Diabetes kan op den duur leiden tot beschadiging van bloedvaten en zenuwweefsel. Daardoor kunnen klachten ontstaan als tintelingen of een verminderd gevoel in armen en benen, slechter zien, pijn op de borst, loopproblemen en seksuele stoornissen. Goede behandeling van diabetes kan de kans hierop verkleinen.

Hoe kunt u diabetes mellitus herkennen?

Als het suikergehalte in het bloed te hoog is, kan dat de volgende klachten geven: veel moeten plassen, dorst en moeheid. Andere klachten zijn jeuk, slecht genezende wondjes en huidinfecties.

Wat kunt u zelf doen aan diabetes mellitus?

Een gezonde levensstijl is van belang voor mensen met diabetes mellitus. Dat betekent:

  • niet roken,
  • gezond, vezelrijk en regelmatig eten,
  • geen maaltijden overslaan,
  • niet teveel vet, zoet of zout,
  • niet meer dan twee glazen alcohol per dag,
  • zo nodig afvallen en voldoende bewegen.

 

Klik hier voor meer informatie in de patiëntenbrieven van het Nederlands Huisartsen Genootschap over Diabetes mellitus.

Welke geneesmiddelen kunnen worden gebruikt bij diabetes mellitus?

Orale bloedglucoseverlagende middelen

Orale bloedglucoseverlagende middelen, zijn tabletten die worden gebruikt bij type-2-diabetes (ouderdomsdiabetes). Deze middelen stimuleren de alvleesklier om meer insuline te maken of maken de andere organen gevoeliger voor de werking van insuline. Hierdoor zal de hoeveelheid glucose in het bloed dalen. Deze middelen zijn niet geschikt voor mensen die helemaal geen insuline meer produceren, zoals mensen met diabetes mellitus type 1.

De middelen worden onderverdeeld in:

  • Afgeleiden van sulfonylureum stimuleren de alvleesklier om meer insuline te maken.

 

Voorbeelden: glibenclamide, gliclazide, glimepiride, glipizide en tolbutamide.

  • Biguaniden: maken de lever en andere organen meer gevoelig voor de inwerken van insuline en verminderen de eetlust. Deze middelen zijn daarom met name geschikt voor mensen met overgewicht.

 

Voorbeeld: metformine.

  • Meglitinide analogen stimuleren de alvleesklier om meer insuline te maken. Deze middelen werken wat korter dan bovenstaande afgeleiden van sulfonylureum. Ze worden ook wel gebruikt in combinatie met andere middelen.

 

Voorbeelden: nateglinide en repaglinide

  • Afgeleiden van thiazolidinedion verbeteren de opname van glucose vanuit het bloed in de lichaamcellen. Hierdoor blijft minder glucose in het bloed achter en daalt dus de bloedglucosewaarde. Voorbeelden zijn rosiglitazon en pioglitazon
  • Acarbose is een middel dat de afbraak van koolhydraten in de darm vertraagd. Hierdoor komt de glucose langzamer in het bloed terechtkomt en zijn er minder hoge glucosepieken.

 

Insuline

Insuline wordt, in injecties, gebruikt door mensen met diabetes mellitus. Bij mensen die zelf geen insuline meer aanmaken is het noodzakelijk dit tekort kunstmatig aan te vullen met insuline. Insuline wordt voornamelijk gebruikt bij type-1-diabetes, ook wel insuline afhankelijke diabetes genoemd. Soms is het bij mensen met type-2-diabetes echter ook nodig om insuline te gebruiken. Insuline valt onder te verdelen in: kortwerkend, middellangwerkend, langwerkend en combinaties hiervan. Ook de plaats van de injectie bepaalt hoe lang het duurt voor insuline gaat werken: buik (snel), bovenarm (normaal), bovenbeen (langzaam) of bil (langzaam).

Glucagon

Het kan gebeuren dat het effect van de insuline doorschiet, waardoor de hoeveelheid glucose in het bloed te laag wordt (hypoglykemie). Glucagon zorgt dat glucose die in de lever is opgeslagen, vrijkomt in het bloed en zorgt ook dat glucose uit andere stoffen wordt aangemaakt. Hierdoor neemt de bloedglucose toe.