Versiedatum: 15 november 2005
Wat is dementie?
Dementie is een proces van geleidelijke, onherstelbare achteruitgang van de hersenen. Het leidt tot geheugenverlies. Maar dementie is méér dan vergeetachtigheid. Iedereen is wel eens zijn sleutels kwijt, of weet even niet meer waar hij die persoon toch van kent. Dat is 'normaal'. Als iemand niet meer weet dát hij een persoon ergens van kent, wordt het zorgelijker en kan de vergeetachtigheid een signaal zijn van dementie. Bij dementie gaan ook andere functies achteruit, zoals het spreken en het uitvoeren van handelingen.
Dementie wordt meestal door de ziekte van Alzheimer veroorzaakt; soms wordt dementie door andere aandoeningen veroorzaakt, zoals ziekten van de bloedvaten. Gemiddeld duurt het 6-8 jaar voordat de ernstigste vorm wordt bereikt.
Hoe kunt u dementie herkennen?
Kenmerkend voor beginnende dementie zijn de volgende klachten:
- Ernstige vergeetachtigheid: voortdurend spullen kwijt zijn, steeds dezelfde vragen stellen;
- Problemen met ingewikkelde en nieuwe situaties: snel het overzicht kwijt raken;
- Verlies van besef van tijd: moeite hebben de duur van iets in te schatten; niet meer weten hoe laat of welke dag het is.
Bij gevorderde dementie (vaak pas na jaren):
- Dagelijkse handelingen worden moeilijker, zoals zichzelf wassen;
- Veranderingen in gedrag: zomaar gaan vloeken of zich uitkleden, of erg chagrijnig worden;
- Onrust: veel lopen, drang om op te ruimen;
- Moeilijker bewegen: vaak onhandig, houterig.
Wat kunt u zelf doen bij dementie?
Als iemand in uw omgeving dementerend is, kunt u het volgende doen:
- Moedig de persoon aan actief te blijven.
- Houd de omgeving zo vertrouwd en veilig mogelijk: vaste dagindeling, vaste plaatsen voor dagelijkse spullen, gebruik eventueel naamplaatjes.
- Gebruik eenvoudige zinnen en vragen; eventueel kunt u dingen uitbeelden of voordoen, zodat de persoon u beter begrijpt.
- Probeer niet boos te zijn of telkens te corrigeren, dat kan iemand met dementie in de war maken.
- Overleg met de huisarts of wijkverpleegkundige bij problemen.
Klik hier voor meer informatie in de patiëntenbrieven van het Nederlands Huisartsen Genootschap over Dementie.
Welke geneesmiddelen kunnen worden gebruikt bij dementie?
Antipsychotica
Mensen met dementie hebben vaak last van hevige onrust, angsten, agressiviteit en wanen.. Antipsychotische middelen onderdrukken deze verschijnselen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen klassieke en atypische antipsychotica:
- Atypische antipsychotica regelen in de hersenen de hoeveelheid van twee van nature voorkomende stoffen: dopamine en serotonine.
Voorbeelden: olanzapine, risperidon en sulpiride.
- Klassieke antipsychotica verminderen in de hersenen het effect van de van nature voorkomende stof dopamine.
Voorbeelden: benperidol, broomperidol, chloorpromazine, chlooprotixeen, flufenazine, haloperidol, perfenazine, periciazine, pimozide, pipamperon, thioridazine en zuclopentixol..
Co-dergocrine
Co-dergocrine is een mengsel van alkaloïden. Het heeft een vaatverwijdend effect waardoor de zuurstoftoevoer naar de hersenen mogelijk verbeterd. Ook zou het middel de stofwisseling in de hersenen gunstig beïnvloeden. Bij dementie kan hierdoor verbetering optreden.
Als na 2-3 maanden geen verbetering is opgetreden heeft doorgaan met dit middel geen zin.
Acetylcholinesteraseremmers
Acetylcholinesteraseremmers zorgen voor een toename van acetylcholine, een boodschapperstof, in de hersenen. Hierdoor kunnen hersenzenuwen beter werken en kan bij patiënten met dementie het geheugenverlies minder ernstig worden. Bij 10-15% van de patiënten met een lichte tot matige vorm van dementie heeft dit middel een effect. Voorbeelden zijn rivastigmine en galantamine.
Memantine
Memantine beschermt de NMDA-receptoren in de hersenen. Het verbetert zo de overdracht van signalen in de hersenen en het geheugen. Hierdoor worden dagelijkse handelingen, het geheugen en oriëntatie beter. Het middel werkt niet bij iedereen.

