Versiedatum: 15 november 2005
Wat zijn bewegingsstoornissen door geneesmiddelen?
Verschillende geneesmiddelen kunnen na langer gebruik bewegingsstoornissen veroorzaken. Antipsychotica (middelen tegen psychose en verwardheid) zijn hiervan bekende voorbeelden. Deze middelen worden veel gebruikt, maar de bewegingsstoornissen komen weinig voor.
Het betreft spierstijfheid, beven, moeite met bewegen, en murmelen of bewegingen van de mond of de tong die moeilijk zijn te stoppen.
Artsen noemen deze bewegingsstoornissen parkinsonisme, omdat de klachten lijken op de ziekte van Parkinson.
Hoe kunt u bewegingsstoornissen herkennen?
Er is een aantal soorten bewegingsstoornissen:
- rusteloosheid: niet stil kunnen zitten, wiebelen;
- beven, trekkende bewegingen;
- murmelen, bewegingen van de mond en/of tong;
- spiertrekkingen en stijfheid: deze kunnen plotseling optreden en gepaard gaan met een pijnlijke achteroverstrekking van hele lichaam.
Wat kunt u zelf doen aan bewegingsstoornissen?
Als u medicijnen gebruikt en bewegingsstoornissen opmerkt, is het verstandig contact op te nemen met uw behandelend arts.
Welke geneesmiddelen kunnen worden gebruikt bij bewegingsstoornissen als bijwerking van andere geneesmiddelen?
Parasympathicolytica
Parasympathicolytica verminderen de bewegingstoornissen die door andere geneesmiddelen worden veroorzaakt, door vermindering van de activiteit van bepaalde zenuwen. Dit zijn onder andere de zenuwen die verantwoordelijk zijn voor de aansturing van spieren. Hierdoor verminderen de spierstijfheid, beven, rusteloosheid of spiertrekkingen. Voorbeelden zijn biperideen en dexetimide.
Tiapride en clozapine
Tiapride en clozapine behoren tot de geneesmiddelen die 'antipsychotica' worden genoemd. Deze groep middelen heeft als bijwerking soms bewegingsstoornissen. Tiapride en clozapine vormen een uitzondering op de meeste antipsychotica. Zij veroorzaken slechts zelden bewegingsstoornissen, en bijna nooit late bewegingsstoornissen. Late bewegingsstoornissen zijn bijwerkingen die pas later in de behandeling met antipsychotica optreden; na enkele maanden gebruik, bij verlaging van de dosering en soms pas als u gestopt bent met het middel. Verschijnselen zijn zuig-, kauw- en smakbewegingen, bewegingen van de tong en grimassen en tics van het gezicht. Latere verschijnselen die op kunnen treden zijn: buig- en strekbewegingen van vingers en tenen, dansachtige bewegingen van armen en benen en zwaai- of draaibewegingen van schouders en bekken.
Tiapride en clozapine zijn weliswaar zelf antipsychotica maar kunnen toch gebruikt worden tegen late bewegingsstoornissen, die zijn veroorzaakt door een ander antipsychoticum. Bij tiapride is dit meestal als aanvulling op de behandeling met andere antipsychotica. Clozapine kan ook worden gebruikt ter vervanging van een ander antipsychoticum.
Amantadine
Amantadine vermindert de spierstijfheid en wordt de bewegelijkheid bevordert. Het heeft minder effect op het beven. Hoe amantadine precies werkt is niet bekend.

