In aanmerking komen patiënten:
- met pulmonale aandoeningen: astma (indien er sprake is van onderhoudsmedicatie; dit geldt ook voor kinderen), COPD, longcarcinoom, antracosilicose, longfibrose, mucoviscidose, ernstige kyfoscoliose, status na longresectie, ademhalingsstoornissen;
- met cardiale aandoeningen: doorgemaakt hartinfarct, angina pectoris, ritmestoornissen, klepgebreken, hartfalen;
- met diabetes mellitus, ook zonder medicamenteuze behandeling;
- met chronische nierinsufficiëntie: dialyse, niertransplantatie;
- met sikkelcel ziekte (SS of SC)
- na een recente beenmergtransplantatie;
- met een HIV-infectie;
- met een (verstandelijke) handicap in een intramurale voorziening;
- met een verminderde weerstand tegen infecties: levercirrose, (functionele) asplenie, auto-immuunziekten, chemotherapie, immuunsuppressieve medicatie;
- van 60 jaar en ouder.
Voor de volgende werkers in de zorg is vaccinatie wenselijk:
- personeel in verpleeghuizen, verzorgingshuizen en ziekenhuizen;
- gezondheidszorgpersoneel met veelvuldige en intensieve contacten met patiënten, waaronder personeel in huisartsenpraktijken.
Anderen voor wie vaccinatie wenselijk is:
- mantelzorgers van mensen met een zeer hoog risico op ernstige ziekte en sterfte door deze griep
Bijwerkingen van vaccinatie: lokale roodheid, zwelling en pijn.
Contra-indicatie voor vaccinatie: allergie voor kippeneiwit of andere bestanddelen van het vaccin, (reconvalescentie van) acute ziekte.
Voorlichting:
Vaccinatie vermindert de morbiditeit met 30-70% en reduceert het aantal complicaties met 20-50%.
Vaccinatie biedt geen bescherming tegen influenza-achtige ziektebeelden die niet door het influenzavirus worden veroorzaakt.
Uitvoering:
Jaarlijks vaccineren tussen medio oktober en medio november. Kinderen jonger dan 6 jaar tweemaal vaccineren met een interval van 4 weken, tenzij zij eerder werden gevaccineerd.


