Dezelfde risicogroepen die gelden voor de (jaarlijkse) seizoensgriepprik (zie betreffende richtlijn);
(NB: dus ook:
- gezondheidspersoneel dat mogelijk contact heeft met patiënten uit de medische risicogroepen
- mantelzorgers van mensen met een zeer hoog risico op ernstige ziekte en sterfte door deze griep.)
Toegevoegd worden voor A H1N1 vaccinatie:
Alle zwangere vrouwen in de laatste zes maanden van de zwangerschap (dus vanaf de 4e maand van de zwangerschap).
Rationale:
Uit de beschikbare internationale data blijkt consistent dat zwangeren een verhoogd risico hebben op complicaties als gevolg van deze griep, ook in afwezigheid van al bestaande risicofactoren.
Vaccinatie in de eerste drie maanden van de zwangerschap wordt ontraden omdat op theoretische gronden een risico van vaccinatie in deze periode voor het kind niet kan worden uitgesloten.
Twee keer vaccineren voor H1N1
In navolging van de Gezondheidsraad en het RIVM in Nederland wordt geadviseerd om bij vaccinaties tegen influenza A/H1N1 2009 twee prikmomenten te handhaven. De studies waaruit zou blijken dat één inenting voldoende is, zijn onvoldoende overtuigend (de onderzoeksgroepen zijn bijvoorbeeld zeer klein en omvatten geen mensen met een hoger risico).
Naast de vaccinatie tegen de influenza A/H1N1 2009 blijft ook de jaarlijkse vaccinatie tegen de seizoensgriep van belang. Mensen die normaal gesproken de jaarlijkse griepprik ontvangen, krijgen dit jaar dus in totaal drie prikken aangeboden: één voor de jaarlijkse griepprik en twee voor de vaccinatie tegen influenza A/H1N1 2009.
Tussen de vaccinatie voor de jaarlijkse griepprik en de eerste vaccinatie tegen influenza A/H1N1 2009 zit bij voorkeur twee weken.
Tussen de eerste en de tweede vaccinatie tegen influenza A/H1N1 2009 zitten minimaal drie weken.
(aangepast advies van de Gezondheidsraad in Nederland)

